Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontruimingsvonnis hennepkwekerij

21 Feb 2011

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

zaaknummer: 955575 CV EXPL 09-2736

uitspraak: 10 februari 2010

 

vonnis

 

in de zaak van

 

[naam],

wonende te [plaats],

[opposant] bij exploot van dagvaarding van 21 januari 2009,

gemachtigde: mr. A.J.F. Gonesh te 's-Gravenhage,

 

tegen

 

[naam],

wonende te [plaats],

[geopposeerde],

gemachtigde: mr. E.C.Y Cheung te Rotterdam.

 

Partijen worden hierna aangeduid als "[opposant]" respectievelijk "[geopposeerde]".


1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kermis heeft genomen:

- het exploot van inleidende dagvaarding van 12 november 2008 met productie 1 tot en met 5;

- de uitspraak van de rechter met kenmerk 941333 CV EXPL 08-42607 waarin [opposant] bij verstek is veroorgegegegegegegegegedeelteteteteteteteteted;

-het exploot van verzetdagvaarding;

- de conclusie van antwoord in oppositie met productie 6 tot en met 8, tevens houdende een wijziging van eis;

- de conclusie van repliek in oppositie;

- het tussenvonnis van 29 juli 2009 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 31 augustus 2009;

- de akte overlegging producties 9 en 10 van de zijde van [geopposeerde];

[opposant] heeft herhaaldelijk uitstel gevraagd voor het nemen van een antwoordakte. Dit uitstel is op 16 december 2009 met meer verleend, waarna de kantonrechter de uitspraak van de uitspraak van de rechter heeft bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken staat tussen partijen - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende vast:

- [opposant] huurde van [geopposeerde] de woonruimte aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) voor de periode 1 december 2007 tot I december 2008. De huurprijs bedroeg € 2.050,00 per maand.

- Bij de oplevering van de woning is geen opnamestaat gemaakt.

- [opposant] heeft de woning medio September 2008 verlaten. Na de maand juni 2008 zijn er door [opposant] geen huurbetalingen meer gedaan.

3. De stellingen van partijen

3.1. [geopposeerde] heeft in de inleidende dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [opposant] te veroordelen tot betaling aan haar van in totaal € 8.670,00 vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Aan haar vordering heeft [geopposeerde] ten grondslag gelegd dat [opposant], ondanks aanmanings, in gebreke is gebleven met betaling van de verschuldigde huurtermijnen over de maanden juli 2008 tot en met november 2008, in totaal € 10.250,00. Voorts maakt [geopposeerde] aanspraak op schadevergoeding ad € 2.520,00 wegens het niet correct opleveren van de woning. De door [opposant] betaalde borg ad € 4.100,00 dient met deze bedragen verrekend te worden, waardoor er nog € 8.670,00 openstaat. Naast dit bedrag maakt [geopposeerde] aanspraak op buitengerechtelijke kosten ad € 833,00 en op vervallen wettelijke rente ad € 391,40.

3.3. [opposant] heeft tegen de eis - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang  - aangevoerd dat hij de huur wel steeds tijdig betaalde. Wanneer de huur niet op de eerste van de maand werd voldaan, was dat met toestemming van [geopposeerde]. Toen [opposant] zijn baan kwijtraakte kon hij de huur niet langer voldoen. De huurovereenkomst is toen met wederzijds goedvinden beeindigd, waarbij de door [opposant] betaalde borg met de nog verschuldigde huur over de maanden juli en augustus 2008 werd verrekend.

3.4. [opposant] betwist dat hij schade aan het gehuurde heeft veroorzaakt. Er heeft bovendien geen opnamestaat plaatsgevonden. Hierdoor rust de bewijslast van het feit dat [opposant] de woning niet goed heeft opgeleverd op grand van artikel 7:224 lid 2 BW op [geopposeerde]. Daarbij had [opposant] eerst voor eventuele schade in gebreke gesteld moeten worden. Voorts meent [opposant] dat de gevorderde kosten te hoog en bovendien niet daadwerkelijk gemaakt zijn. Ten slotte betwist [opposant] de buitengerechtelijke kosten.

4. De beoordeiing van het geschil

4.1. Beoorgegegegegegegegegedeelteteteteteteteteted moet worden (1) op welk moment de huurovereenkomst tussen partijen is geëindigd en (2) of [opposant] het gehuurde correct heeft opgeleverd. De tussen partijen gevoerde discussie over vraag of de eerdere huurbetalingen al dan niet tijdig zijn gedaan is daarbij niet van belang.

4.2. De huurovereenkomst is aangegaan voor de periode van 1 december 2007 tot 1 december 2008. [opposant] is daardoor in beginsel gehouden de huur tot en met de maand november 2008 te voldoen. [opposant] heeft echter aangevoerd dat de overeenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd per 1 September 2008. [geopposeerde] betwist dat er een tussentijdse beëindiging is overeengekomen. [opposant] heeft ter onderbouwing van zijn stelling aangevoerd dat hij als gevolg van het verlies van zijn baan de huur niet meer kon opbrengen en daarom om beëindiging heeft verzocht. [opposant] heeft daarbij geen nadere stukken ter onderbouwing van zijn stelling overgelegd. [geopposeerde] heeft daarentegen bij akte nadere stukken overgelegd waaruit een geheel andere lezing blijkt. Uit stukken van de politie Rotterdam-Rijnmond volgt dat in de woning op 7 juli 2008 een hennepdrogerij is ontmanteld. [opposant] heeft daarop in het bij productie 10 opgenomen proces-verbaal van verhoor van 8 juli 2008 tegenover de politie verklaard dat hij de huur van de woning niet zelf betaalde.  [opposant] had een afspraak met een niet nader genoemde derde, die inhield dat [opposant] gratis in de woning mocht verblijven, zo lang hij de door anderen geexploiteerde hennepdrogerij gedoogde. Gelet hierop is eerder aannemelijk dat [opposant] gewoon is vertrokken. Wellicht heeft hij [geopposeerde] van zijn vertrek op de hoogte gesteld, maar dit is onvoldoende om aan te nemen dat [geopposeerde] heeft ingestemd met een eerdere beëindiging van de huurovereenkomst en daarbij heeft afgezien van de overeengekomen huurtermijnen tot 1 december 2008. De stellingen van [opposant] over de gang van zaken zijn, gezien de gemotiveerde betwisting van [geopposeerde], onvoldoende concreet en specifiek om hem tot nadere bewijslevering daarvan toe te laten. Gelet op het voorgaande kan niet als vaststaand worden aangenomen dat sprake is geweest van een beeindiging van de  uurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 September 2008. [opposant] is hierdoor de huur verschuldigd tot en met de maand november 2008, zijnde € 10.250,00 voor de maanden juli 2008 tot en met november 2008. Geëxploiteerd

4.3. Vast staat dat er bij oplevering geen beschrijving is gemaakt van de woning. Op grond van artikel 7:224 lid 2 BW moet, behoudens tegenbewijs, verondersteld worden dat [opposant] de woning in dezelfde staat heeft ontvangen als dat hij deze heeft opgeleverd. De makelaar heeft echter verklaard dat de woning bij aanvang van de overeenkomst in een betere staat verkeerde dan na het vertrek van [opposant]. Daarbij is het niet onwaarschijnlijk dat de woning door de aanwezigheid van een hennepdrogerij op zolder is beschadigd. Aan de stelling van [opposant] dat dit niet zo is, kan weinig waarde worden gehecht, nu hij in het eerder genoemde verhoor heeft verklaard dat hij zelf niet in alle voor de drogerij gebruikte ruimtes is geweest. [geopposeerde] heeft door middel van het bovenstaande tegenbewijs geleverd, waardoor er in rechte vanuit zal worden gegaan dat [opposant] de woning niet correct heeft opgeleverd.

4.4. [opposant] heeft aangevoerd dat [geopposeerde] hem eerst in gebreke had moeten stellen voor de schade aan woning. Gezien het feit dat in de woning een hennepdrogerij werd gehouden en [opposant] de woning zonder aankondiging en zonder achterlating van zijn nieuwe adres heeft verlaten, mocht [geopposeerde] concluderen dat aanmaning nutteloos (artikel 6:82 lid 2 BW) zou zijn. [opposant] is dan ook wel in verzuim gekomen ten aanzien van de schade aan het gehuurde. [opposant] dient deze schade ad € 2.520,00 te vergoeden. Daarbij is niet van belang in hoeverre [geopposeerde] de schade daadwerkelijk heeft laten herstellen.

4.5. [geopposeerde] heeft gesteld dat de huurachterstand ad € 10.250,00 en de schade ad € 2.520,00 (samen € 12.770,00) verminderd dient te worden met de door [opposant] betaalde borg ad € 4.100,00. Hierdoor resteert aan hoofdsom € 8.670,00. Dit bedrag zal worden toegewezen.

4.6. Nu [opposant] ten aanzien van de huur en de schade in verzuim is gekomen, is de vervallen rente ad € 391,40 toewijsbaar. De te verschijnen rente zal eveneens worden toegewezen.

4.7. [opposant] heeft de buitengerechtelijke kosten betwist. Er is echter voldoende gebleken dat (de gemachtigde van) [geopposeerde] daadwerkelijk de nodige incassomaatregelen getroffen heeft. Dat het nieuwe adres van [opposant] lange tijd onbekend is geweest is aan hemzelf te wijten. [opposant] stelt dat hij geen nieuw adres kon overleggen omdat hij bij vrienden bleef, maar er is niet gebleken waarom [opposant] niet dit adres heeft kunnen achterlaten, te meer daar de makelaar [opposant] kennelijk zou hebben kunnen bereiken. Voorts kan [opposant] niet uitsluiten dat zijn telefoon enige tijd kwijt of kapot is geweest. De aan de werkzaamheden om de vordering buiten rechte van [opposant] te incasseren verbonden kosten komen, mede gezien het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub c BW voor rekening van [opposant]. Het gevorderde bedrag van € 833,00 is volgens de gebruikelijke tarieven berekend en redelijk te noemen jegens [opposant].

4.8. [opposant] zal als de in het ongelijk gestelde party worden veroordeeld in de proceskosten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in oppositie

vernietigt het verstekvonnis van 12 december 2008 (zaaknummer 941333 CV EXPL 08-42607) en opnieuw rechtdoende:

veroorgegegegegegegegegedeeltetetetetetetetetet [opposant] om aan [geopposeerde] tegen kwijting te betalen € 9.894,40 (negenduizend achthonderdvierennegentig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 8670,00 vanaf 10 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroorgegegegegegegegegedeeltetetetetetetetetet [opposant] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geopposeerde] vastgesteld op € 286,44 aan verschotten en € 875,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F.A. van Buitenen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.