Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontruimingsvonnis huurachterstand

21 Dec 2009

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

sector kanton - locatie Lelystad

zaaknr.: 429003 CV 08-16135

datum :3 juni 2009

toevoeging: gedaagde sub 2, aangevraagd.

 

Vonnis

 

in de zaak van:

 

1. [naam],

en

2. [naam],

eisende partij, hierna gezamenlijk te noemen [eisers],

beiden wonende te [plaatsnaam],

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij Ontruimingsvonnis.nl te Rotterdam,

 

tegen

 

1. [naam],

gedaagde partij sub 1, hierna te noemen [gedaagde sub 1],

en

1. [naam],

gedaagde partij sub 2, hierna te noemen [gedaagde sub 2],

beiden wonende in het arrondissement Lelystad op een bij de gerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsdeurwaarder bekend adres,

gemachtigde aanvankelijk mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere, thans procederend in persoon.

 

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

de dagvaarding

de conclusie van antwoord

de nadere toelichting van [eisers], waarna [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet meer hebben gereageerd.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. [eisers] hebben gesteld dat tussen hen en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een huurovereenkomst bestaat m.b.t. een recreatiewoning op het Bungalowpark [naam]' aan de [adres] te [[laats] tegen een huurprijs van € 700 per maand plus een voorschot gas/water en elektriciteit van € 125, telkens te voldoen voor de 15e van iedere maand en dat[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een huurachterstand hebben laten ontstaan welke gerekend tot en met 15 november 2008 € 2.525 bedraagt. Daarnaast blijven [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in gebreke met de naleving van de door de Stichting [naam] opgestelde regels waaraan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich hebben geconformeerd bij het aangaan van de huurovereenkomst. Volgens [eisers] verblijven er meer personen in de recreatiewoning dan was afgesproken, hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] meerdere huisdieren aangeschaft en hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich niet ingeschreven bij de woningbouwvereniging van [plaats]. Verder is sprake van achterstallig tuinonderhoud waardoor een boeteclausule van kracht is vanaf 13 September 2008 van € 4,53 per dag. [eisers] hebben gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, de overeenkomst tussen partijen te ontbinden op grand van de huurachterstand en het niet goed huurderschap van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en hen te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis het gehuurde aan de [adres] met alle personen en goederen te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter algehele en vrije beschikking van [eisers] te stellen, met machtiging aan [eisers] om die ontruiming zelf te doen bewerkstelligen op kosten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en op straffe van een dwangsom van € 250 per dag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hiermee in strijd handelen met een maximum van € 50.000. Voorts hebben [eisers] gevorderd de betaling van € 3.145,96, waarvan € 535 50 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 85,46 aan wettelijke rente berekend tot 16 november 2008, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.775 vanaf 16 november 2008 tot aan de dag van algehele voldoening en tevens over de toekomstige huur termijnen vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning tot aan de dag van voldoening, en verder onder voorbehoud van huurverhoging een bedrag van € 725 per maand - de kantonrechter begrijpt dat bedoeld wordt 6 825 - vanaf 1 december 2008 tot de dag van ontruiming, met veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten. Bij akte vermeerdering van eis hebben [eisers] hun vordering vermeerderd met de eindafrekening servicekosten 2008, zijnde een bedrag van € 364,82. Omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ondanks aanmanings niet aan hun betalingsplichten voldeden, hebben [eisers] hun vordering uit handen gegeven aan hun incassogemachtigde.

2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben ten verwere aangevoerd dat zij de achterstand nadrukkelijk bestrijden en dat [eisers] hen mondeling hebben toegezegd dat zij de recreatiewoning voor vijf jaar mochten huren. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] beknotten [eisers] hen in hun huurgenot. Vanwege het afsluiten door [eisers] van de gastoevoer is toentertijd zelfs de hulp ingeroepen van een agente van de basiseenheid [plaats], aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2].

Van achterstallig onderhoud aan de tuin is geen sprake en wordt bovendien niet onderbouwd door [eisers], reden waarom de boeteclausule dient te worden opgeheven. Verder hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aangevoerd dat zij van meet af aan kenbaar hebben gemaakt dat hun pleegzoon vrijwel elk weekend in de woning zou verblijven en dat [eisers] er bekend mee waren dat zij meerdere huisdieren hadden. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] was dat geen probleem, zolang er geen overlast zou worden veroorzaakt. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben aangeboden hun stellingen aan te tonen door middel van het horen van getuigen, waaronder de parkbeheerder [naam].

Voor wat betreft de vermeerdering van eis hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aangevoerd dat een onderbouwing ontbreekt.

3. [eisers] hebben bij repliek hun vordering nader toegelicht en gespecificeerd. Zij hebben aangevoerd dat partijen niet hebben gesproken over de aanwezigheid van de pleegzoon in de weekenden en dat zij slechts toestemming hebben gegeven voor het enige hondje dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij aanvang van de huurovereenkomst in hun bezit hadden. Verder hebben [eisers] aangevoerd dat van het beknotten van het huurgenot geen sprake is en dat de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemde agente onbekend is bij de basiseenheid [plaats]. Ook is de parkbeheerder [naam] onbekend, zoals schriftelijk wordt verklaard door de voorzitter van het bestuur van de Stichting [naam]. [eisers] hebben aangeboden hun stellingen aan te tonen door middel van getuigenbewijs.

Voor wat betreft de eindafrekening hebben [eisers] aangevoerd dat bij aanvang van de huurovereenkomst de beginstanden zijn genoteerd en aan het einde van het jaar de eindstanden waarna het werkelijke verbruik is vermenigvuldigd met de overeengekomen tarieven zoals vermeld in artikel 5 van de huurovereenkomst. Voor wat betreft het nieuwe maandelijkse voorschot vanaf 1 januari 2009 wordt verwezen naar de als productie overgelegde berekening ervan. Vanaf 17 november 2008 is geen enkele huurbetaling meer gedaan, zodat inmiddels de huurachterstand fors is opgelopen, aldus [eisers].

4. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben niet meer gereageerd op hetgeen [eisers] nader hebben aangevoerd. Dat betekent dat hetgeen onder 3. staat vermeld voorjuist kan worden gehouden. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben de huurachterstand betwist zonder hun verweer nader te motiveren of te onderbouwen. Uit de wet vloeit voort dat het verweer met redenen omkleed moet zijn Een enkele betwisting volstaat niet. Daarom staat als door [eisers] gesteld en door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] met (voldoende) weersproken vast dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een huurachterstand hebben laten ontstaan van drie maanden gerekend tot aan 15 november 2008 en dat zij vanaf die datum - tot in elk geval aan de datum van repliek, te weten 2 maart 2009 toe - geen enkele betaling meer hebben gedaan waardoor de achterstand meer dan zes maanden bedraagt [eisers] hebben bij repliek hun vermeerdering van eis onderbouwd, hetgeen vervolgens door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onweersproken is gelaten. Dat betekent dat de vordering tot betaling van de achterstand vermeerderd met 6 364,82 aan afrekening stook- en servicekosten 2008 toewijsbaar is zijnde in totaal een bedrag van € 2.889,82. De toekomstige huurtermijnen vanaf 1 december 2008 vermeerderd met het nieuwe voorschotbedrag 2009 voor gas/water en elektriciteit ad € 205 per maand zijn ook toewijsbaar. [eisers] hebben ontbinding van de overeenkomst en ontruiming van de woning gevorderd, omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] naast het niet voldoen aan de betalingsplichten tevens in gebreke zijn gebleven met de naleving van de op het park geldende regels, hetgeen door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (gegegegegegegegegedeeltetetetetetetetetes) is weersproken. Wat daar ook van zij, het feit dat thans sprake is van achterstallige huurtermijnen over een termijn van meer dan zes maanden levert reeds een zodanig ernstige tekortkoming in de nakoming van de plichten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op dat de door [eisers] gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning alleen al om die reden gerechtvaardigd wordt geacht. Van [eisers] kan niet worden verlangd de huurovereenkomst met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voort te zetten en gronden waarop de ontbinding en ontruiming achterwege zou moeten blijven zijn van de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet gebleken noch gesteld. De vraag of partijen een huurovereenkomst voor bepaalde tyd, zoals door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is gesteld, of voor onbepaalde tijd zijn overeengekomen is niet relevant. Bespreking van de vraag of [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich daarbij wel of niet als goed huurder hebben gedragen kan daarom achterwege blijven. Nu aan [eisers] een machtiging wordt verleend de ontruiming van het gehuurde zelf te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm op kosten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] indien zij met die ontruiming in gebreke blijven, zal de gevorderde dwangsom worden niet toegewezen.

5. Als onbetwist en op de wet gegrond is de gevorderde wettelijk rente toewijsbaar met dien verstande dat de wettelijke rente vanaf 16 november 2008 zal worden toegewezen over € 2.525 (in plaats van € 5.775). De wettelijke rente over de achterstallige huurtermijnen vanaf 1 december 2008 zal worden toegewezen, te berekenen telkens vanaf de respectieve vervaldata van de maandtermijnen waarop het achterstallige betrekking heeft tot de dag van voldoening.

6. [eisers] hebben een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso) kosten gevorderd. Nu [eisers] niet voldoende hebben aangetoond dat er buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt die naar hun aard als zodanig voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, zal de kantonrechter deze vordering afwijzen.

7. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst m.b.t. de recreatiewoning aan de [adres] te [plaats], met ingang van heden;

veroorgegegegegegegegegedeeltetetetetetetetetet [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis genoemde woning te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der sleutels ter vrije

beschikking van [eisers] te stellen, bij gebreke waarvan [eisers] op kosten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de woning kunnen doen ontruimen door een gerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsgerechtsdeurwaarder, die daarbij zonodig de hulp van de sterke arm kan inroepen;

veroorgegegegegegegegegedeeltetetetetetetetetet [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] verder om tegen bewijs van kwijting aan [eisers]

te betalen een bedrag van € 2.975,28, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.525, vanaf 16 november 2008 tot aan de dag van algehele voldoening, en over € 364,82 vanaf de vervaldatum van dat bedrag tot aan de dag van voldoening, alsmede zoveel maal € 905 als er maanden verlopen vanaf 1 december 2008 tot de dag der ontruiming, vermeerderd met de wettelijke rente, te berekenen telkens vanaf de respectieve vervaldata van de maandtermijnen, tot aan de dag van algehele voldoening;

veroorgegegegegegegegegedeeltetetetetetetetetet [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eisers] begroot op:

€ 175 voor explootkosten

€ 350 voor salaris gemachtigde

€201 voor vastrecht;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 3 juni 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.