Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontruiming en ontbinding na huurachterstand en honden

24 Feb 2010

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

zaaknummer: 1068935 \ CV EXPL 09-64666

uitspraak: 17 februari 2010

 

vonnis

 

in de zaak van

 

[Eiser],

wonende te [Plaatsnaam],

eiser bij exploot van dagvaarding van 15 december 2009,

rolgemachtigde: IntoCash,

procesgemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

 

tegen

 

[Gedaagde],

wonende te [Plaatsnaam],

gedaagde,

in persoon.

 

Partijen worden hierna aangeduid als [Eiser] en [Gedaagde],

Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

- het exploot van dagvaarding met bijlagen;

- de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde];

- het tussenvonnis van 23 december 2009 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 5 februari 2010, waar [gedaagde] zonder voorafgaand bericht van verhindering niet tijdig is verschenen. Na afloop van de comparitie van partijen heeft [gedaagde] zich alsnog bij de bode gemeld, maar toen was de comparitie van partijen reeds afgerond. De uitspraak van de uitspraak van de rechter is door de kantonrechter bepaald op heden.

De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op basis van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen - verkort weergegeven en voorzover thans van belang – het volgende vast.

1. Tussen partijen is op 1 augustus 2009 een huurovereenkomst tot stand gekomen ten behoeve van de woning te Rotterdam aan de [adres] (hierna- het gehuurde) tegen een huurprijs van € 475,00 per maand, bij voomitbetaling te voldoen voor de eerste van de maand.

2. In het huurcontract is ten aanzien van het houden van huisdieren de volgende passage opgenomen:

"Dat het houden van huisdieren [...] in het appartementencomplex uitdrukkelijk verboden is. Voorafgaand [aan] het ondertekenen van dit contract is uitdrukkelijk met huurder afgesproken dat huisdieren verboden zijn en dat de honden van de huurder ergens anders geplaatst zullen worden."

De stellingen van partijen
3.1 [eiser] heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a) [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan hem van in totaal € 1.695,08 - zijnde €1.510,00 aan huurachterstand, € 6,58 aan verschenen rente en € 178,50 aan buitengerechtelijke kosten inclusief BTW - te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 7 december 2009 tot aan de dag der algehele voldoening - en de kosten;

b) de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot het ontruimen en verlaten van het gehuurde met al de hunnen en het hunne binnen 14 dagen na betekening van de uitspraak van de rechter en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiser] te stellen met de machtiging om die ontruiming door de gerechtsdeurwaarder te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van justitie en politie en op kosten van [gedaagde];

c) [gedaagde], onder voorbehoud van huurverhoging, tegen bewijs van kwijting te veroordelen tot betaling van € 475,00 aan huur termijnen voor iedere maand dat [gedaagde] vanaf 1 januari 2010 met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, een ingegane maand voor een gehele te rekenen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag tot aan de dag der algehele voldoening;

d) veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2 Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan zijn eis – verkort weergegeven en voorzover van belang - ten grondslag gelegd dat [gedaagde], ondanks sommaties, bij herhaling in gebreke is gebleven met betaling van de verschuldigde huur over de periode september 2009 tot en met december 2009. [gedaagde] heeft meermaals niet meegewerkt aan het verrichten van onderhoud aan het gehuurde. De schimmel en lekkage zijn echter inmiddels verholpen. Er is ook een loodgieter aan de deur geweest, maar [gedaagde] was niet thuis en heeft geen contact meer opgenomen. Op geen enkele wijze is [eiser] gebleken dat [gedaagde] contact heeft gehad met de huurcommissie. Voorts is gebleken dat [gedaagde] nog steeds huisdieren houdt in het gehuurde, hetgeen in de huurovereenkomst uitdrukkelijk is verboden.

3.3 [gedaagde] heeft tegen de eis - verkort weergegeven en voorzover thans van belang – het volgende aangevoerd. [eiser] is de afspraak dat hij schimmel in het gehuurde zou verwijderen en het dak zou repareren niet nagekomen en [gedaagde] heeft uiteindelijk zelf de schimmel laten verwijderen. Er is sprake van verschillende gebreken ten aanzien waarvan [gedaagde] [eiser] ook in gebreke heeft gesteld. Er is iemand van de huurcommissie langsgekomen om het aantal punten van de woning vast te stellen en aangegeven is dat de huur verlaagd moet worden tot € 350,00. De gemeente is in het kader van onderhoud in de woning geweest en heeft aangegeven dat het gehele dak vervangen moet worden.

De beoordeling van het geschil
4.1 [gedaagde] is op basis van de tussen partijen bestaande overeenkomst in beginsel gehouden de overeengekomen huur aan [eiser] te voldoen. Op grond van de overgelegde aangetekend aan [gedaagde] verstuurd brieven is voldoende gebleken dat [eiser] meermaals contact heeft gezocht met [gedaagde] teneinde de gebreken te herstellen. Tijdens de comparitie van partijen heeft [eiser] bovendien aangevoerd dat vrijwel alle door [gedaagde] genoemde gebreken zijn verholpen.

4.2 De kantonrechter is van oordeel dat de door [gedaagde] gestelde gebreken in geen geval volledige opschorting van de huur rechtvaardigen. [gedaagde] heeft slechts een gedeelte van de huur over de maand september 2009 betaald en sindsdien heeft hij niets meer betaald [gedaagde] heeft verder inhoudelijk ook onvoldoende onderbouwd dat sprake is van dusdanig ernstige gebreken, of door hem in dit kader gemaakte kosten, dat opschorting van een gedeelte van de huur gerechtvaardigd zou zijn. De gevorderde hoofdsom zal dan ook worden toegewezen. [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij honden houdt in het gehuurde, zodat van de juistheid van deze stelling zal worden uitgegaan. De hoogte van de huurachterstand en het feit dat [gedaagde] uitdrukkelijk in strijd handelt met de huurovereenkomst, rechtvaardigen ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.

4.3 Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd. Voldoende is gebleken dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verncht. Voormelde kosten zijn berekend conform de redelijke en gebruikelijke tarieven voor buitengerechtelijke kosten en zullen worden toegewezen.

4.4 De onweersproken gebleven rente zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.

4.5 [gedaagde] wordt, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing
De kantonrechter,

veroordeelt [gedaagde] om aan eiseres te betalen € 1.695,08 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand december 2009, de buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over €1.510,00 vanaf 7 december 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich wegens hem daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van [eiser] te stellen;

machtigt [eiser] om, indien [gedaagde] het gehuurde niet tijdig ontruimt, die ontruiming door de gerechtsdeurwaarder te laten uitvoeren, zo nodig met behulp van de daartoe bevoegde macht;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 475,00 per maand met ingang van de maand januari 2010 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, ook die laatste maand voor een gehele te rekenen, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het saldo aan toekomstige huur dat vanaf januari 2010, exclusief kosten, telkens na elke credit- en debetmutatie heeft uitgestaan, tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 293,98 aan verschotten en € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting