Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontbinding na huurachterstand van 13 maanden

30 Mar 2010

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 640826 \ CV EXPL 09-7843 \ 157 tm

uitspraak van 12 maart 2010

 

vonnis

 

in de zaak van

1. [eiser sub 1.]

2. [eiser sub 2.]

beiden wonende te [plaats]

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung van Ontruimingsvonnis.nl

eisende partijen

 

tegen

 

1. [gedaagde sub 1.]

2. [gedaagde sub 2.]

beiden wonende te [plaats]

gemachtigde mr. M.R. Roethof

gedaagde partijen

 

Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd.

 

De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit

het tussenvonnis van 6 november 2009

de door de gemachtigde van [eisers] gezonden brief van 8 februari 2010 met producties ten behoeve van de comparitie en met een vermeerdering van eis.

het proces-verbaal van de comparitie van 12 februari 2010.

De feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

[eisers] verhuren aan [gedaagden] de woning aan het [adres]. De huurprijs bedroeg tot 1 januari 2009 € 1.050,00 per maand, welke huurprijs voor de eerste van elke maand moest zijn voldaan.

De vordering en het verweer
[eisers] vorderen, na vermeerdering en vermindering van eis, de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van de uitspraak van de rechter onder afgifte van de sleutels en een machtiging om, wanneer [gedaagden] de woning niet ontruimen, de ontruiming zelf te doen uitvoeren op kosten van [gedaagden], met behulp van de sterkte arm.

Daarnaast vorderen [eisers] dat de kantonrechter bij vonnis [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt aan hen te betalen een bedrag van€ 15.570,58, bestaande uit€ 14.580,00 aan huurachterstand, € 157,58 aan wettelijke rente tot 10 September 2009 en € 833,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over € 14.580,00 vanaf 10 september 2009 tot de dag van algehele betaling.

Tevens vorderen [eisers] dat [gedaagden] worden veroordeeld in de proceskosten en dat de uitspraak van de rechter uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.

[eisers] baseren hun vorderingen, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de stelling dat [gedaagden], ondanks aanmaningen en aanmaning de huurachterstand niet betalen. [gedaagden] moeten daarom ook de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente betalen. [eisers] stellen dat [gedaagden] zich schuldig maken aan een zodanig ernstige herhaalde wanbetaling, dat van hen niet langer kan worden gevergd [gedaagden] in het gehuurde te laten.

Bij conclusie van antwoord stellen [gedaagden] zich primair op het standpunt dat een ontbinding van de huurovereenkomst gelet op de aard van de contractuele relatie en de gevolgen van de ontbinding, niet gerechtvaardigd is en dat de bijzondere aard van de tekortkoming meebrengt dat deze van een te geringe betekenis is. Subsidiair verzoeken zij de kantonrechter op basis van artikel 7:274 BW juncto artikel 7:280 BW een termijn te stellen om de achterstand aan te zuiveren.

Tijdens de comparitie van partijen stellen [eisers] daartegenover dat [gedaagden] drie maanden voordien een uitstel van betaling van een maand hebben gevraagd, maar dat er sindsdien nog geen enkele betaling is verricht. Daarnaast stellen zij zelf in financiële problemen te geraken door het uitblijven van de betalingen door [gedaagden]. Zij hebben ten behoeve van de comparitie een actueel overzicht over de huurachterstand overgelegd. De op dit overzicht genoemde huurachterstand van € 14.620,00 verminderen zij met € 40,00 nu [gedaagden] in januari 2009 niet € 500,00 maar € 540,00 hebben betaald.

[gedaagden] erkennen de huurachterstand grotendeels, maar zij betwisten een bedrag van € 30,00 per maand in verband met een huurverhoging. Deze is in rekening gebracht nadat de contractsduur van de huurovereenkomst was verlopen. [eisers] zouden een nieuw contract opstellen, maar hebben dit nooit gedaan. Zij zijn niet akkoord gegaan met de huurverhoging, omdat er sprake was van achterstallig onderhoud aan de woning, aldus [gedaagden].

[eisers] stellen een nieuwe overeenkomst te hebben opgesteld en aangeboden, maar deze kwam ongetekend retour. Zij beroepen zich m.b.t. de huurverhoging op de algemene voorwaarden en zij betwisten het achterstallig onderhoud.

De beoordeling
[eisers] hebben aan [gedaagden] een woning ter beschikking gesteld, waarvoor [gedaagden] een huurprijs verschuldigd zijn. [gedaagden] komen hun verplichting tot betaling ondanks aanmaning niet na. Uit het overzicht van de actuele huurstand blijkt zelfs dat [gedaagden] meer dan 13 maanden niet meer betaald hebben. Van [eisers] kan niet worden verwacht dat zij een woning ter beschikking stelt, waarvoor geen tegenprestatie wordt geleverd. Het verweer van [eisers], dat de vordering van bijzondere aard is en van een te geringe betekenis is en dat de gevolgen van ontbinding deze niet rechtvaardigen faalt dan ook.

Het verzoek van [gedaagden] om aan hen een termijn te stellen om de achterstand aan te zuiveren, wijst de kantonrechter af. [gedaagden] hebben in 13 maanden slechts een deelbetaling van € 540,00 verricht en [eisers] hebben hun al eerder een uitstel van betaling verleend. Nu [gedaagden] die mogelijkheid onbenut heeft gelaten, zal de kantonrechter hun niet nogmaals die gelegenheid bieden.

Over het verweer aangaande de huurverhoging overweegt de kantonrechter als volgt. Op grond van artikel 3.1 van de huurovereenkomst van 13 oktober 2007, is deze voor onbepaalde tijd door blijven lopen. Uit de overeenkomst en de algemene voorwaarden blijkt verder dat[eisers] en [gedaagden] een jaarlijkse huurverhoging dan wel indexering van de huurprijs zijn overeengekomen. Door [gedaagden] is de geldigheid van deze huurovereenkomst niet gemotiveerd betwist. Evenmin is betwist dat [eisers] op grond daarvan een huurverhoging mochten doorvoeren en dat de doorgevoerde huurverhoging in overeenstemming is met de geldende huurovereenkomst. De kantonrechter zal daar daarom vanuit gaan. De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer over het door [eisers] betwiste achterstallige onderhoud, nu [gedaagden] ook dit verweer niet nader hebben onderbouwd.

Op grond van vorenstaande wijst de kantonrechter de vordering in hoofdsom toe.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten, dat niet is betwist, is in overeenstemming met de gebruikelijke tarieven, zodat de kantonrechter deze toewijst.

De kantonrechter wijst de niet betwiste wettelijke rente toe als hierna vermeld.

De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde, zodat ook dit gedeelte van de vordering wordt toegewezen.

[gedaagden] worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten dragen.

De beslissing
De kantonrechter

ontbindt de huurovereenkomst m.b.t. de woning aan het [adres];

veroordeelt [gedaagden] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning met alles wat van [gedaagden] is en ieder die bij [gedaagden] hoort, te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan [eisers];

veroordeelt [gedaagden] aan [eisers] te betalen een bedrag van € 15.413,00, vermeerderd met de wettelijke rente over de vervallen maandelijkse huurtermijnen vanaf de respectievelijke vervaldata tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 1.080,00 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagden] de woning vanaf 1 maart 2010 in gebruik hebben tot aan de ontruiming;

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op € 85,98 aan dagvaardingskosten, € 208,00 aan vast recht en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. 

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.E.M. Messer-Dinnissen en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2010.