Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontbindng huur overeenkomst na huurachterstand

14 Mar 2011

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

zaaknummer: 955217 \ CV EXPL 09-2658

uitspraak: 13 augustus 2010

 

vonnis

in de zaak van

 

[eiser sub 1.],

wonende te [plaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

 

tegen

 

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.H.A. de Boer.

 

Partijen zullen hierna worden aangeduid als '[eiser]' respectievelijk '[gedaagde]'.

1. Het nadere verloop van de procedure

1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

het tussenvonnis van 7 oktober 2009 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
de akte aan de zijde van [gedaagde];
het door de griffier opgemaakte proces-verbaal van het op 13 januari 2010 gehouden getuigenverhoor;
de conclusie na enquete aan de zijde van [gedaagde];
de conclusie na enquete aan de zijde van [eiser].

1.2 [gedaagde] heeft in haar akte aangegeven dat zij drie getuigen wenste te doen horen. Het getuigenverhoor heeft op 13 januari 2010 plaatsgevonden waarbij [gedaagde] is gehoord, alsmede de heer [getuige 1] en mevrouw [getuige 2] Aansluitend heeft de contra-enquete plaatsgevonden. [eiser] is gehoord, alsmede haar echtgenoot, de heer [echtgenoot van eiser].

2. De verdere beoordeling van de vordering

2.1 Volhard wordt bij hetgeen in voornoemd vonnis werd overwogen en beslist. In voormeld vonnis heeft de kantonrechter [gedaagde] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat zij meer contante betalingen aan [eiser] heeft gedaan dan die door [eiser] worden erkend.

2.2 [gedaagde] heeft ter onderbouwing van haar stelling drie getuigen :doen horen. Ten aanzien van de waardering van het bewijs overweegt de kantonrechter als volgt Ingevolge art. 164 Rv. komt aan de verklaring van [gedaagde], slechts beperkte bewijskracht toe. Zij is immers de met het bewijs belaste partij. [gedaagde] kan niet verklaren hoe vaak en welke bedragen zij in contanten heeft betaald.

Aan de verklaring van de getuige [getuige 1] komt geen betekenis toe omdat hij niet uit eigen waarneming kan verklaren omtrent de feitelijke betaling(en). Hetzelfde geldt voor de verklaring van de getuige [getuige 2].

Tot dusver is [gedaagde] met de door haar aangedragen getuigen dan ook niet geslaagd in het leveren van het aan haar opgedragen bewijs van haar stelling dat zij meer contante betalingen aan [eiser] heeft gedaan dan die door [eiser] worden erkend.

Wel wordt vastgesteld dat de vordering van [eiser] niet strookt met de getuigenverklaringen die zij en [echtgenoot van eiser] zelf hebben afgelegd.

Vastgesteld wordt dat uit een vergelijking van de verklaringen van [eiser] en [echtgenoot van eiser] valt af te leiden dat door [eiser] geen rekening is gehouden met de twee betalingen, waar [echtgenoot van eiser] over verklaard heeft. Tevens blijkt uit de erkenning van [eiser] ter comparitiezitting op 28 september 2009 dat ook zij erkent dat er tweemaal op haar werkadres is betaald, zoals door [gedaagde] is gesteld. Er zijn dus drie betalingen gebleken waarmee geen rekening is gehouden. Onduidelijk blijft echter welke bedragen bij die overige gelegenheden zijn betaald. Omdat op [gedaagde] de bewijslast rust, rust op haar ook het bewijsrisico. Daarom wordt uitgegaan van drie aanvullende betaling van € 150,00.

Uit het bovenstaande volgt dat [gedaagde] er alleen in is geslaagd aan te tonen dat drie betalingen meer zijn verricht dan [eiser] heeft erkend. De overige door haar gestelde betalingen zijn niet vast komen te staan. Een bedrag van € 450,00 zal in mindering strekken op het door [eiser] gevorderde bedrag, waardoor een bedrag van € 1.220,00 wordt toegewezen (€ 1.670,00 - € 450,00) zijnde de huurachterstand berekend tot en met september 2009. Met betalingen verricht na 1 September 2009 is geen rekening gehouden.

2.3 De vastgestelde hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde. De kantonrechter maakt echter gebruik van de wettelijke bevoegdheid [gedaagde] een termijn van een maand toe te staan om de schuld aan [eiser] met rente en kosten alsnog te betalen.

2.4 [eiser] heeft een vergoeding van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten gevorderd en daartoe gesteld, dat deze bedongen zijn en daadwerkelijk Zijn gemaakt. [eiser] heeft bij dagvaarding diverse producties overgelegd waaruit blijkt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. [gedaagde] was in verzuim en [eiser] heeft op goede gronden haar vordering ter incasso uit handen gegeven aan haar gemachtigde. Voormelde kosten zijn berekend conform de redelijke en gebruikelijke tarieven voor buitengerechtelijke kosten. Derhalve wordt de vergoeding van buitengerechtelijke kosten toegewezen.

2.5 De vordering tot vergoeding van de vervallen rente ad € 15,96 zal worden niet toegewezen, nu de berekening van hetgeen aan verschenen rente verschuldigd is niet juist kan zijn nu de hoofdsom is verminderd. De rente zal als hierna volgt worden toegewezen.

2.6 [gedaagde] wordt, als grotendeels in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 1.577,00 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand september 2009 en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over het saldo dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens na elke credit- en debetmutatie heeft uitgestaan, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 293,98 aan verschotten en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

staat [gedaagde] toe om het totaal van de aan [eiser] verschuldigde bedragen, inclusief rente en kosten zoals hierboven genoemd, naast de lopende huur, aan [eiser] te betalen binnen een maand na betekening van het vonnis;

en bovendien, maar alleen voor het geval [gedaagde] niet binnen de gestelde termijn geheel aan die betalingsverplichtingen voldoet:

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag na afloop van vorenbedoelde termijn van een maand en veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich wegens [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van [eiser] te stellen;

machtigt [eiser] om, indien [gedaagde] het gehuurde niet tijdig ontruimt, die ontruiming zelf te laten uitvoeren, zo nodig met behulp van de daartoe bevoegde macht;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] met ingang van de maand oktober 2009 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, te betalen de bedragen waarop [eiser] bij wederzijdse nakoming van de huurovereenkomst aanspraak gemaakt zou kunnen hebben, ten titel van huur of vergoeding, telkenmale te rekenen vanaf de vervaldag van elke termijn, te verhogen met de wettelijke rente daarover;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.