Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontbinding huurovereenkomst ondanks voorstel betalingsregeling

23 Jun 2010

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

zaaknummer: 1101678 \CV EXPL 10-18737

uitspraak: 11 juni 2010

 

vonnis

 

in de zaak van

 

[eiser],

Woonplaats: [plaats],

eiser bij exploot van dagvaarding van 10 maart 2010,

gemachtigde: Ontruimingsvonnis.nl te Rotterdam,

 

tegen

 

1. [gedaagde sub 1.],

Woonplaats: [plaats], en

2. [gedaagde sub 2.],

Woonplaats: [plaats],

gedaagden,

eerst gemachtigde: mr. R.E. Temmen te Bergen op Zoom, daarna in persoon.

 

Het verloop van de procedure

Eiser heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen m.b.t. het gehuurde te [plaats], te ontbinden en gedaagden te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling aan eiser van de door eiser genoemde bedragen, waarin begrepen € 5.515,65 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand februari 2010.

Gedaagden hebben op de eis geantwoord.

De gemachtigde gedaagden heeft zich als zodanig onttrokken per faxbericht op 12 mei.

Bij vonnis van 13 april 2010 is een comparitie van partijen bepaald, welke op 26 mei 2010 gehouden is. Eiser is ter zitting verschenen, gedaagden zijn zonder bericht van verhindering niet verschenen. Van hetgeen daar is verhandeld is proces-verbaal opgemaakt. Dit bevindt zich bij de stukken.

De beoordeling van de vordering

Gedaagden hebben de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist. Zij hebben aangevoerd een betalingsregeling te hebben voorgesteld waarop door eiser niet is gereageerd. Zij hebben verzocht om de gerechtelijke en proceskosten af te wijzen en een comparitie van partijen te gelasten. Op grond hiervan is een comparitie van partijen bepaald. Gedaagden zijn niet verschenen op de comparitie van partijen. Eiser heeft gepersisteerd bij zijn vordering en verklaard dat er geen enkele betaling meer van gedaagden is ontvangen en dat er in het verleden drie betalingsregelingen zijn getroffen die door gedaagden niet zijn nagekomen.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten komt voor toewijzing in aanmerking. Immers, gedaagde heeft niet tijdig de verschuldigde huurtermijnen aan eiser voldaan. Eiser heeft zich daarom genoodzaakt gezien de vordering uit handen te geven. Onweersproken is gebleven dat de gemachtigde van eiser daadwerkelijk de nodige incassomaatregelen heeft getroffen. De daaraan verbonden kosten komen, mede gezien het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub c BW voor rekening van gedaagde. Het gevorderde bedrag van € 833,00 is volgens de gebruikelijke tarieven en redelijk te noemen jegens gedaagden.

De door gedaagden aangevoerde stelling dat eiser niet zou hebben gereageerd op hun betalingsvoorstel - wat daar ook van zij - leidt niet tot een ander oordeel.

Ook het gevorderde bedrag aan vervallen rente van € 62,13 is als niet weersproken toewijsbaar.

De vordering is op de wet gegrond en de hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.

De vordering wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.

Op grond van hetgeen eiser stelt is toewijsbaar een bedrag van € 6.260,78. Het meer gevorderde zal bij gebreke van een grondslag worden niet toegewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij worden gedaagden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser te betalen € 6.260,78 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand februari 2010, boete, rente en buitengerechtefijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 B W over € 5.015,65 vanaf 25 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt gedaagden om binnen 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich wegens gedaagden daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiser te stellen;

machtigt eiser om, indien gedaagden het gehuurde niet tijdig ontruimen, die ontruiming zelf te laten uitvoeren, zo nodig met behulp van de daartoe bevoegde macht;

veroordeelt gedaagden, eveneens hoofdelijk, om aan eiser te betalen € 787,95 per maand met ingang van de maand maart 2010 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, ook die laatste maand voor een gehele te rekenen;

veroordeelt gedaagden, eveneens hoofdelijk, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 295,93 aan verschotten en € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.