Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Overlast huurder leidt tot ontbinding huurovereenkomst

12 Sep 2012

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton Locatie Dordrecht

kenmerk: 297753 CV EXPL 12-2750

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 6 september 2012

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser,

gevestigd te, eiseres,

gemachtigde Ontruimingsvonnis.nl, tegen:

Gedaagde, geboren, wonende, gedaagde, die zelf procedeer.

Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 20 maart 2012;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek;
het tussenvonnis van 19 juli 2012, waarin een comparitie van partijen is bevolen;
de aantekening dat de comparitiezitting heeft plaatsgehad op 9 augustus 2012;
de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, alsmede op basis van de inhoud van de overgelegde producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

Gedaagde huurt van eiseres de woning aan de. Op deze huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte van toepassing.

Op 22 oktober 2011 heeft gedaagde mevrouw X, een buurvrouw van gedaagde die woonachtig is op nr. 170, geduwd ten gevolgde waarvan mevrouw X voor haar verwondingen in het ziekenhuis moest worden behandeld. Gedaagde is voor dit voorval door de rechtbank te Dordrecht bij vonnis van 15 december 2011 onherroepelijk veroordeeld tot een geldboete van € 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan € 250,00 subsidiair 5 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Bij aangetekende brief van 26 oktober 2011 heeft eiseres aan gedaagde bericht:

Geachte heer Gedaagde,

U huurt van Eiser de woning aan het adres. Na vele schriftelijke en mondelinge klachten van omwonende, een politie bezoek ter plaatse en een gedwongen ziekenhuis bezoek van één van de omwonende heeft ons doen besluiten ons te beroepen op onderstaande artikelen van de Algemene Bepalingen Huurovereenkomsten Woonruimte.

Vanwege artikel 13.4 (Huurder zal omwonende of huurders van hetzelfde gebouw of complex geen hinder of last bezorgen en er voor zorgdragen dat de bij hem zijn goedvinden aanwezige derden alsmede zijn of hun bezoekers dit evenmin doen.) en artikel 13.6 (Huurder zal zich gedragen en het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt) van de algemene bepalingen zijn wij genoodzaakt de huurovereenkomst per 1 november 2011 te beëindigen.

Dringend verzoeken wij u, het gehuurde uiterlijk op 31 januari 2012 te ontruimen en leeg en schoon op te leveren Voor de oplevering van het gehuurde, zal in overleg met u een inspectie plaatsvinden om het gehuurde te beoordelen.

Mocht u geen gehoor geven dan zien wij ons genoodzaakt een rechtelijke procedure op te starten teneinde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te vorderen, waarbij alle gerechtelijke kosten en schade op u verhaald zullen worden.

Dringend verzoeken wij binnen 6 weken na dagtekening van deze briefcontact met ons op te nemen zodat de zaak niet verder escaleert.

De vordering

Eiseres vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst m.b.t. het gehuurde aan de zal beëindigen tegen 1 april 2012, dan wel tegen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, met veroordeling van gedaagde om het gehuurde met al de hunnen en het hunne binnen 21 dagen na uitspraak van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrij en algehele beschikking van eiseres te stellen met machtiging op eiseres om die ontruiming door de gerechtsdeurwaarder te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van justitie en politie en op kosten van gedaagde conform artikel 556 hd 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en verder gedaagde te veroordelen om aan eiseres onder voorbehoud van huurverhoging tegen bewijs van kwijting te betalen de somma van € 434,00 voor iedere maand te rekenen vanaf 1 april 2012 dat gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, een ingegane maand te rekenen voor een gehele met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Eiseres stelt - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - dat buren en omwonenden sedert 2009 herhaaldelijk hebben geklaagd over het gedrag van gedaagde. De klachten betreffen onder andere:

-uitschelden, uiten van dreigementen en intimideren van buren en omwonenden;
-draaien van harde muziek;
-dichtslaan en opentrappen van deuren en stampen op trappen;
-geluidsoverlast veroorzaakt door het spelen van computerspelletjes, het schuiven van meubels en het laten vallen van gewichten;

Voor alle door buren geuite klachten verwijst eiseres naar productie 2 bij conclusie van repliek. De situatie is als gevolg van het voorval op 22 oktober 2011 geëscaleerd en is voor eiseres aanleiding geweest om de huurovereenkomst met gedaagde op te zeggen. Gelet op de vele door huurders geuite klachten is eiseres van mening dat haar belangen voor een beëindiging van de huurovereenkomst zwaarder dienen te wegen dan de belangen van gedaagde bij een voorzetting daarvan, temeer daar ook recentelijk nog klachten van buren zijn ontvangen.

Het verweer

Gedaagde voert - samengevat - als verweer aan dat hij geen overlast veroorzaakt. Niet gedaagde, maar de buren veroorzaken overlast. Voor geluidsoverlast is de politie 2 keer bij gedaagde geweest. Beide keren heeft gedaagde het geluid zachter gezet. De buren hebben hun klachten nooit rechtstreeks aan gedaagde gemeld. Fysiek is gedaagde niet in staat met gewichten te gooien Gedaagde is het oneens met de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en hij laat zich niet zo maar wegjagen.

Beoordeling van het geschil

Vooropgesteld wordt dat gedaagde op basis van de wet verplicht is ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak zich als goed huurder te gedragen. Uit de overgelegde huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden blijkt verder dat gedaagde er voor zorg dient te dragen dat hij omwonenden of buren van hetzelfde gebouw of complex geen hinder of overlast zal bezorgen en er voor zorg dient te dragen dat de bij hem met zijn goedvinden aanwezige derden alsmede zijn of hun bezoekers dat evenmin doen.

Gedaagde erkent dat de politie bij hem aan de deur is geweest in verband met geluidsoverlast en betwist niet dat toen sprake was van geluidsoverlast. Gedaagde heeft verder niet dan wel in onvoldoende mate de door eiseres overgelegde klachten van buren en omwonenden weersproken. Geoordeeld dat het incident van 22 oktober 2011 waarvoor gedaagde door de rechtbank op 15 december 2011 onherroepelijk is veroordeeld, op gedaagdes buurvrouw mevrouw X, maar ook op de andere buren en omwonenden zoveel impact heeft gehad dat zij zich thans niet meer op hun gemak en veilig voelen in hun eigen woonomgeving. Nu eiseres verder niet dan wel onvoldoende onweersproken heeft gesteld dat de klachten nog steeds voortduren en gedaagde er op de zitting blijk van heeft gegeven niet op zijn gedrag aanspreekbaar te zijn en kennelijk zijn gedrag niet wenst te verbeteren, wordt geoordeeld dat sprake is van zodanige overlast dat de huurovereenkomst niet kan worden gecontinueerd. Immers onder de gegeven omstandigheden prevaleert het recht van de buren en omwonenden op een ongestoord woongenot boven dat van gedaagde.

Bij aangetekend schrijven van 26 oktober 2011 heeft eiseres de huur per 1 november 2011 opgezegd met als uiterste ontruimingsdatum 31 januari 2012. Uit artikel 7 271 lid 5 BW volgt dat eiseres geen juiste opzeggingstermijn in acht heeft genomen. Ingevolge lid 6 van voormeld artikel wordt een dergelijke opzegging alsdan geacht te zijn gedaan tegen de voorgeschreven termijn. Nu de maximale opzeggingstermijn in dit geval zes maanden bedraagt en door tijdsverloop deze termijn inmiddels is verstreken, heeft dit geen invloed meer op de te nemen beslissing.

Waar eiseres vordert de tussen partijen bestaande huurovereenkomst te beëindigen, begrijpt de kantonrechter hieruit dat eiseres vordert dat de kantonrechter conform artikel 7:272 lid 2 BW het tijdstip zal vaststellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen. Uit artikel 7:272 lid I BW volgt dat de onderhavige huurovereenkomst van kracht blijft tot het moment waarop de beslissing van de kantonrechter onherroepelijk is geworden. Dit brengt met zich dat de gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring wordt niet toegewezen.

Het vorenstaande leidt er toe dat het tijdstip waarop de huurovereenkomst eindigt wordt gesteld op I oktober 20I2. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen als gevorderd, met dien verstande dat gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie wordt niet toegewezen, omdat dit gedeelte van de vordering ingevolge art. 556 lid I en art. 557 Rv overbodig is. De termijn van ontruiming zal worden gesteld op 14 dagen na betekening van dit vonnis, doch niet eerder dan op 1 oktober 2012.

Voor toewijzing van het bedrag van € 434,00 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat gedaagde na 1 april 2012 met de ontruiming in gebreke blijft is geen plaats, nu niet is gebleken dat gedaagde na 1 april 2012 met de betaling van de door hem verschuldigde huur in gebreke is gebleven.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt het tijdstip waarop de huurovereenkomst m.b.t. de woning aan het eindigt vast op 1 oktober 2012;

veroordeelt gedaagde om voormelde woning binnen 14 dagen na dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met al de zijnen en het zijne en de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen, doch niet eerder dan op 1 oktober 2012;

veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres bepaald op:

aan explootkosten €76,17
aan kosten GBA/KvK €7,00
aan griffierecht €434,00
aan salaris gemachtigde €450,00

totale kosten €967,17;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. ir. A.J.E. Cartigny, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.