Vonnissen

In deze rubriek vind u een hoop informatie over huurrecht. Wij hebben voor uw een interessant archief opgebouwd wat u kunt helpen bij vragen over problemen met huurders en of andere huurzaken.

Ontruimingsvonnis.nl: Vonnis databank

Ontbinding huurovereenkomst woonruimte na huurachterstand

15 Dec 2012

RECHTBANK BREDA

Team kanton Tilburg

zaak/rolnr.: 718789 CV EXPL 12-4046

vonnis van 12 december 2012

inzake

mevrouw Eiseres, wonend te, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij Ontruimingsvonnis.nl te Rotterdam, tegen:

1. de heer Gedaagde sub 1., wonende te,

2. mevrouw Gedaagde sub 2., wonende te,

3 . de heer Gedaagde sub 3., wonende te,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procederend in de persoon van gedaagde sub 1.

Partijen zullen hierna door de kantonrechter ook Eiseres en Gedaagden genoemd worden.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

de dagvaarding van 16 april 2012, met producties;
de conclusie van antwoord en van eis in reconventie, met producties;
de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
de conclusie van dupliek in conventie tevens van repliek in reconventie, met producties;
de conclusie van dupliek in reconventie, met producties.

Hierna is de uitspraak van de uitspraak van de rechter, na aanhouding, op vandaag bepaald.

2. De vorderingen en de verweren

In conventie vordert Eiseres, na vermeerdering van eis bij conclusie van repliek, de ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst m.b.t. het gehuurde aan de, de ontruiming van het gehuurde, de betaling van een bedrag van € 5.250,- aan huurachterstand, de betaling van een bedrag van € 750,- voor iedere maand vanaf 1 augustus 2012 tot de feitelijke ontruiming.

Eiseres vordert daarbij wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten alsmede de veroordeling van Gedaagden in de proceskosten.

In reconventie vorderen Gedaagden dat de kantonrechter Eiseres zal veroordelen om aan hen een bedrag van € 26.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder veroordeling van Eiseres in de proceskosten.

Partijen hebben elkaars vorderingen weersproken. Op de standpunten van partijen zal, voor zover van belang, hierna in de beoordeling nader worden ingegaan.

3. De beoordeling

In conventie

Gedaagden hebben bij wijze van verweer allereerst aangevoerd dat de door Eiseres uitgebrachte dagvaarding nietig is. De kantonrechter volgt Gedaagden niet in dat betoog. Zelfs als juist zou zijn, hetgeen Eiseres heeft betwist, dat er op het adres één dagvaarding voor gedaagden sub 1. en sub 2. door de gerechtsdeurwaarder zou zijn achtergelaten, brengt dit gebrek nog geen nietigheid met zich mee. Hetzelfde geldt voor de andere, door Gedaagden gestelde gebreken in de dagvaarding (onjuist woon­adres van Eiseres en het niet vermelden van de voornamen van gedaagde sub 2.). Artikel 66 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat nietigheid zich slechts voordoet indien een gedaagde onredelijk is benadeeld. Volgens de Hoge Raad (HR) is van benadeling door een gebrek in een dagvaardingsexploot pas sprake indien het gebrek van dien aard is dat de gedaagde daardoor wordt bemoeilijkt in zijn verweer dat hij in het geding wil voeren (HR 17 maart 2000, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJN-nummer AA5168). Van een benadeling in hun verdediging is in dit geval echter geenszins sprake, zo blijkt uit de door Gedaagden ingediende processtukken, waarin uitvoerig verweer is gevoerd.

Eiseres heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen met ingang van 1 juli 2009 een huurovereenkomst m.b.t. de woning aan de zijn aangegaan tegen een bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van € 750,- per maand. Gedaagden zijn toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van deze overeenkomst doordat zij vanaf januari 2012 een huurachterstand hebben laten ontstaan die op het moment van dagvaarden €3.000,-, en op 31 juli 2012 € 5.250,- bedroeg.

Gedaagden hebben betwist dat er sprake is van een huurovereenkomst. Zij hebben gesteld (zie punt 7 van de conclusie van antwoord) dat zij "op verzoek van en aan eiseres sinds juni 2009 een maandelijkse financiële geldlening hebben gegeven in de vorm van huur voor de betalingen van de maandelijkse hypotheeklasten (...) waarbij tevens is afgesproken dat de verstrekte geldlening door eiseres in januari 2012 in zijn geheel aan gedaagden dient te worden terugbetaald."

De kantonrechter gaat aan deze, door Eiseres betwiste, stelling van Gedaagden als ongeloofwaardig voorbij. Uit de processtukken blijkt overduidelijk dat sprake is van een huurovereenkomst tussen partijen (waarbij gedaagde sub 3. zich borg heeft gesteld voor de huurbetalingen). De kantonrechter verwijst daarvoor allereerst naar de door partijen ondertekende huurovereenkomst (productie 3 bij de conclusie van repliek).

Verder wordt de huurovereenkomst talloze malen genoemd (en erkend!) in de brieven van gedaagde sub 1. van 4 november 2011 en 3 december 2011 (productie 5 bij de conclusie van repliek). In die brieven ontbreekt iedere verwijzing naar de in deze procedure door Gedaagden gestelde afspraak over de geldlening met terugbetalingsverplichting, terwijl dat bepaald voor de hand had gelegen indien deze afspraak daadwerkelijk zou zijn gemaakt.

Gedaagden hebben de omvang van de huurachterstand niet dan wel onvoldoende betwist, zodat het in verband daarmee gevorderde bedrag van € 5.250,- kan worden toegewezen. Tegen de door Eiseres gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom (met inbegrip van een bedrag van € 69,44 aan wettelijke rente tot 31 juli 2012) hebben Gedaagden geen zelfstandig verweer gevoerd, zodat deze eveneens toegewezen kan worden. Dat Eiseres de woning zonder toestemming van de hypotheekverstrekker Nationale Nederlanden aan hen heeft verhuurd, zoals Gedaagden hebben aangevoerd, ontslaat hen niet van hun betalingsverplichting en maakt de huurovereenkomst tussen Eiseres en Gedaagden, anders dan Gedaagden menen, niet nietig.

De door Eiseres gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 833,-berusten op de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde algemene bepalingen (artikel 20.4) en kunnen worden toegewezen tot het in dit geval redelijke en binnen de kantonrechtspraak gebruikelijke bedrag van € 535,50 (welk bedrag Eiseres vóór haar eisvermeerdering bij dagvaarding aanvankelijk ook had gevorderd).

De kantonrechter acht de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met nevenvorderingen tevens toewijsbaar. De huurachterstand ten tijde van de dagvaarding bedroeg meer dan drie maanden en is daarna alleen nog maar toegenomen. Dit levert een ernstige tekortkoming op in de nakoming van de plichten die Gedaagden tegenover Eiseres hebben, zeker indien wordt bedacht dat Eiseres haar verplichting uit de huurovereenkomst, namelijk het ter beschikking stellen van woonruimte, wel is nagekomen. Van Eiseres kan niet verlangd worden dat zij Gedaagden onder deze omstandigheden nog langer in het genot van het gehuurde laten.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten van Eiseres in conventie. Deze kosten worden begroot op € 661,60 (bestaande uit € 104,60 aan dagvaardingskosten (waarbij het gevorderde bedrag van € 21,-aan informatiekosten bij gebrek aan voldoende specificatie door de kantonrechter is beperkt tot het in dit geval redelijke en gebruikelijke bedrag van € 14,-), € 207,- aan griffierecht en € 350,- aan salaris gemachtigde).

In reconventie

Nu uit rechtsoverweging volgt dat de door Gedaagden gestelde geldlening met terugbetalingsverplichting door Eiseres geenszins aannemelijk is, moet de daarop gebaseerde vordering van Gedaagden tot betaling van het bedrag van € 26.000,- worden niet toegewezen. Voor zover Gedaagden bedoeld hebben te stellen dat in dit bedrag van

€ 26.000,- een bedrag van € 208,75 aan sleutelgeld voor Eiseres alsmede een bedrag van € 1.500,- aan verrichte onderhoudswerkzaamheden is opgenomen, van welke bedragen zij terugbetaling vorderen, is de kantonrechter van oordeel dat uit de door Gedaagden overgelegde stukken geenszins blijkt dat Gedaagden enig bedrag aan sleutelgeld aan Eiseres hebben betaald. Ook de stelling van Gedaagden dat zij voor een bedrag van € 1.500,- onderhoudswerkzaamheden aan de woning hebben verricht op verzoek van Eiseres, is op geen enkele wijze komen vast te staan. Deze bedragen komen dus evenmin voor toewijzing in aanmerking.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten van Eiseres in reconventie. Deze kosten worden begroot op € 175,- aan salaris voor de gemachtigde van Eiseres.

In conventie en in reconventie

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, omdat dit in het licht van hetgeen hierboven is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

ontbindt met ingang van de dag na heden de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning, staande en gelegen te;

veroordeelt gedaagden in conventie om deze woning binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover déze niet hét eigendom zijn van eiseres in conventie, te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels, ter vrije en algehele beschikking van eiseres in conventie te stellen, met machtiging op eiseres in conventie om de ontruiming zo nodig op kosten van gedaagden in conventie door de gerechtsdeurwaarder te doen bewerkstelligen;

veroordeelt gedaagden in conventie hoofdelijk, en wel zo dat als één betaalt de ander niet hoeft te betalen, om aan eiseres in conventie te betalen een bedrag van € 5.854,04 (€ 5.250,-+ € 69,44 + € 535,50), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 5.250,-vanaf 31 juli 2012 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt gedaagden in conventie hoofdelijk, en wel zo dat als één betaalt de ander niet hoeft te betalen, om aan eiseres in conventie te betalen een bedrag van € 750,- voor iedere maand te rekenen vanaf 1 augustus 2012 dat gedaagden in conventie de woning niet ter beschikking van eiseres in conventie hebben gesteld, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;

veroordeelt gedaagden in conventie verder hoofdelijk, en wel zo dat als één betaalt de ander niet hoeft te betalen, in de door eiseres in conventie gemaakte proceskosten, tot deze uitspraak begroot op € 661,60;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie

wijst de vordering van eisers in reconventie af;

veroordeelt eisers in reconventie in de proceskosten van verweerster in reconventie, tot deze uitspraak begroot op € 175,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2012.